naar homepage

Achtergrond

Geldschaarste

De Euro is schaars en met name landelijke en kleinsteedse gebieden zijn onderhevig aan die schaarste. Geldschaarste leidt tot verminderde economische activiteit. Dat zien we overal in Europa terug. Veel perifere gebieden zijn niet arm omdat ze 'niet concurrerend' zijn, maar omdat er onvoldoende geld regionaal circuleert om de onderlinge handel mee te financieren.

Geldschaarste ontstaat in de regio's en het toeleveringscircuit, doordat geld 'lekt' naar financiële en bestuurlijke centra, door rentelasten en belastingen.

Een klein gedachte experiment helpt om dit fenomeen te verhelderen.

Stel je een economie voor, zonder geld. In zo'n economie kan nauwelijks gehandeld worden. Alleen één op één ruiltransacties zijn mogelijk. Geld is uitgevonden om transacties tussen meerdere spelers te faciliteren, die niet één op één kunnen ruilen. Vandaar dat geld gezien wordt als voorwaardelijk voor een economie waarin mensen zichzelf kunnen specialiseren, in plaats van allemaal hun eigen eten te verbouwen.

Stel je nu een economie voor met wat geld, maar niet voldoende. In zo'n economie kan beetje handel plaats hebben, tussen de spelers die over het betaalmiddel beschikken. Veel mensen kunnen echter nog steeds niet handelen.

Dan is er de situatie van een optimale geldhoeveelheid: alle spelers hebben toegang tot alle geld die ze nodig hebben om economisch zinvolle transacties mee te financieren. Dat is het ideaalbeeld. In zo'n economie zal alles wat gedaan moet worden afgehandeld worden en zal niemand werkeloos zijn.

Als laatste is de situatie mogelijk dat er teveel geld in omloop is. In dat geval ontstaat inflatie. Prijsstijgingen als gevolg van een geïnflateerde (=opgeblazen) geldhoeveelheid. Prijzen zullen zich dan weer stabiliseren op een niveau dat recht doet aan de economische activiteit enerzijds en geldhoeveelheid anderzijds.

Geldschaarste is een heel lastig fenomeen, omdat we namelijk niet kunnen zeggen dat er in de hele economie te weinig geld is. Verre van zelfs. Er is veel te veel geld. Dit overschot aan geld leidt tot allerlei 'assetbubbles'. Een overgewaardeerde huizenmarkt, zoals in de VS, Groot Brittannië en Nederland, overgewaarde aandelenbeurzen etc. De grote meerderheid van alle geld in de wereld wordt door banken, hedge funds en andere financiële instellingen gebruikt voor valutatransacties. Als al dat geld terug zou komen in de reguliere economie, zou er direct een hyperinflatie ontstaan. Verder zien we dat in financiële en bestuurlijke centra meer dan voldoende geld is. Daar stijgen de prijzen maar door.

Maar in 'perifere' gebieden is te weinig geld beschikbaar voor handel. Bepaalde bedrijfstakken, met name het MKB heeft ook een chronisch tekort aan werkkapitaal. We hebben dus te maken met een 'asymmetrische' verdeling van liquide middelen. Die asymmetrie gaat zo ver, dat rond 95% van het beschikbare geld gebruikt wordt door de financiële spelers om valutaspeculaties en andere puur speculatieve 'investeringen' te doen.

Het bizarre is, dat volgens de economische theorie dit type speculatie zou leiden tot 'efficiënte kapitaalallocatie'. Maar waarom is er dan geen geld voor handen in het toeleveringscircuit, waar wel waarde wordt toegevoegd?

De ECB (Europese Centrale Bank) kan onmogelijk iets aan deze tekorten doen. Zij reguleert heel euroland en offert daarbij bepaalde delen van de economie op, om andere in stand te houden. We zien daarbij dat ze de financiële sector, die eigenlijk geen enkele waarde toevoegt, maar alleen verdient door de aard van ons monetaire systeem, bevoordeelt. Dat is onlangs ook weer gebleken, toen zij 200 miljard euro injecteerde in het bancaire systeem.

Dit is puur inflatoir geld, dat de prijzen in euroland zal doen stijgen. De ECB zal de rente daarom laten stijgen, waardoor de geldschaarste in de toeleveringscircuit en de regio's nog nijpender zal worden. Het is een vicieuze cirkel, waarbij de reguliere, werkelijke economie, steeds meer afhankelijk wordt van de totaal opgeblazen financiële sector, waar fenomenaal wordt verdiend, maar eigenlijk geen enkele waarde wordt toegevoegd.


Geldlekken
Geldschaarste ontstaat in de regio's en het toeleveringscircuit, doordat geld 'lekt' naar financiële en bestuurlijke centra, door rentelasten en belastingen. Bovendien zuigen grote bedrijven zoals de IKEA, de Albert Heijn en andere multinationals veel geld uit die gebieden weg, waarvan maar een klein deel weer terugvloeit in de lokale economie. Het grootste gedeelte verdwijnt naar internationale leveranciers en kapitaalverschaffers.

Geldschaarste wordt door een toenemend aantal denkers gezien als de belangrijkste reden waarom de economie steeds meer nadruk krijgt op concurrentie in plaats van samenwerking. Particulieren en bedrijven concurreren niet omdat dat natuurlijk gedrag is, maar zij wedijveren om schaars werkkapitaal, een cruciale eerste levensbehoefte, die het verlangen naar samenwerking verdringt.


Het effect van de Gelre op regionale geldschaarste
Ook Gelderland is aan het beschreven proces onderhevig. Er is in onze omgeving onvoldoende werkkapitaal beschikbaar om de economie voluit te laten functioneren.

De Gelre ontstaat, doordat bedrijven en particulieren ze inwisselen voor euro's. In feite zijn Gelres vermomde euro's (een euroderivaat in technische termen), die slechts in een beperkt gebied kunnen rouleren. Die euro's zetten we op de bank en we laten in plaats daarvan Gelres circuleren. Het effect daarvan is, dat dat geld niet langer uit onze regio kan verdwijnen. Het blijft langer hier circuleren en wordt bij meer transacties gebruikt, dan wanneer ze als euro hadden gecirculeerd. Bovendien circuleert de Gelre veel sneller dan de euro. Met dezelfde euro's kunnen we daardoor méér transacties doen in dezelfde tijd.

Zie voor het waarom daarvan de volgende paragraaf.